De Jong werd in de zomer van 1995 door kardinaal Simonis in de Utrechtse kathedraal tot priester gewijd. Direct daarna ging hij als pastor aan de slag in een aantal parochies in de Betuwe en in 1999 werd hij gevraagd om pastoor te worden in Oldenzaal, in de Drieëenheidparochie en de Emmausparochie. Later kwamen daar Saasveld, Deurningen en Weerselo bij. In 2007 volgde de benoeming tot pastoor van het parochieverband Haaksbergen-Boekelo-Buurse.
U bent op latere leeftijd tot priester gewijd. Hoe bent u tot die opmerkelijke keuze gekomen?
“Ik ben de jongste in een gezin met zes kinderen. De kleuterschool en lagere school die ik bezocht waren van roomskatholieke signatuur. In ons gezin hadden we wel een bijbel. Alleen mijn vader las er af en toe in. Na de mavo volgde ik de havo en die had ook weer een rooms-katholieke inslag. De godsdienstles op die school had meer het karakter van een wereldoriëntatie. Het was de tijd van Nixon en Vietnam. Terugkijkend denk ik dat zowel in de warme katholieke sfeer van thuis en de godsdienstlessen van dominee Droogers op de mavo ingrediënten zijn geworden voor mijn latere keuze voor het priesterschap.
Na de havo ben ik gaan werken als gemeenteambtenaar op gemeentehuizen van enkele gemeenten. Ik heb dertien jaar lang secretarieel, uitvoerend en beleidsvoorbereidend werk gedaan. Ook ben ik nog enkele jaren ambtenaar van de burgerlijke stand geweest. In diezelfde periode was ik als vrijwilliger betrokken bij de parochiegemeenschap van Mijdrecht- Wilnis. Toen er een nieuwe priester in onze parochie kwam, stelde hij mij eens de vraag: Zou je geen priester willen worden..? Deze heel rechtstreekse vraag leverde mij een jarenlange worsteling op. Het bezig zijn met het priesterschap kwam en ging als golven op het strand. In 1989 ben ik naar kardinaal Simonis gegaan. Toen ik zijn werkkamer binnenstapte zei hij als eerste tegen mij: “Je komt als geroepen!”
Die oproep had op mij een grote impact. Ik heb me vlak daarna aangemeld voor de priesteropleiding.”
Is pastoor-zijn uw werk of is het een roeping?
“Ik ervaar mijn taak heel sterk als een roeping. Ik voel me geroepen om het evangelie van Jezus Christus uit te dragen in deze omgeving en in deze tijd. Als priester en pastoor draag ik het getuigenis uit dat Robert Long eens in een lied badinerend heeft verwoord als: “Jezus redt, alle mensen opgelet”. Ik geloof dat uit het diepst van mijn hart: dat God inderdaad behoud geeft, eeuwig behoud zelfs, door zijn Zoon Jezus Christus. Ik ben gekomen om te redden en om te zoeken wat verloren is, zegt Hij in het evangelie.”
Wat zijn zoal uw dagelijkse taken?
“Als pastoor heb ik een gevarieerd takenpakket. Ik vier de heilige Mis, er zijn doopvieringen, huwelijksvieringen, uitvaarten, huisbezoeken, pastorale gesprekken, vergaderingen, groepswerk, er is bestuurlijk werk, thema- en bezinningsavonden, preekvoorbereiding, het werken aan de uitvoering van plannen om het pastoraat goed te organiseren. Thuis heb ik een eenvoudige kapelkamer. Hier begin ik ’s morgens de dag met gebed en stille tijd en ’s avonds sluit ik de dag af met gebed.
Wat vindt u van Haaksbergen tot nu toe?
“Na een jaar hier kan ik wel zeggen dat ik hier al aardig geland ben. Haaksbergen is een aangename plaats om te wonen, met een goed voorzieningenniveau. Het is een groot dorp waar niet iedereen elkaar kent, maar waar je toch merkt dat gezichten bekender worden en verbindingen ontstaan. Er zijn korte lijnen en je krijgt best snel iets geregeld. Een goed voorbeeld ervaar ik in onze burgemeester, Karel Loohuis, die heel gemakkelijk benaderbaar is.”
Wat zijn voor u de uitdagingen hier?
“De grote uitdaging voor de komende tijd in mijn werk is, dat de vijf rooms-katholieke parochies in het parochieverband zullen fuseren tot een bestuurlijke parochie met vijf locale geloofsgemeenschappen. Breder gezien ligt er de grote uitdaging om over de grenzen heen te kijken: hoe geven we de kerk een gezicht in onze samenleving? Welke kansen liggen er om hierbij samen op te trekken met onze reformatorische, joodse en islamitische broeders en zusters? Het positieve van een gemeente als Haaksbergen vind ik het feit dat de kerken niet helemaal van het maatschappelijke toneel zijn verdwenen. Het boekje “Buur, wie ben je?”, een uitgave van de werkgroep Samen Anders, is een goed voorbeeld hiervan.”
Wat is uw favoriete plek in Haaksbergen?
“In het jaar waarin ik in deze mooie omgeving mag wonen, heb ik natuurlijk nog niet alle plekken van de gemeente kunnen ontdekken. Daarom kies ik mijn favoriete plek maar dicht bij huis. De Mariakapel van de eeuwenoude Pancratius is letterlijk een oase van rust in het drukke centrum. De Mariakapel is er, net als de liefde van God, voor iédereen. De deuren staan altijd open. Stille getuigen zijn de vele lichtjes die opgestoken zijn en de gebeden en gedachten opgeschreven in het intentieboek. Achter elk kaarsje schuilt een heel verhaal.




Herman de Jong zag 46 geleden in het Utrechtse Mijdrecht het levenslicht. Vele jaren later zag hij ‘een ander licht’. Toen hij 33 jaar oud was – en als ambtenaar jaren werkervaring in de maatschappij had opgebouwd - werd hij priester. “Dat was,” zoals hij zegt, “een weloverwogen keuze.” Na een gesprek met kardinaal Simonis ging hij studeren aan de priesteropleiding van Bovendonk.

fairwater